Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

De blauwdruk, Diazotype, plastic tone en de fax zijn slechts enkele varianten van de vele architectonische kopieën in de archieven van Het Nieuwe Instituut die tijdens deze avond aan u als Vriend worden getoond. Ze vormen de kern van een onderzoek waarmee Het Nieuwe Instituut in het kader van het conserveringsproject Architectuur Dichterbij is gestart. De ambitie is om op basis van het onderzoek naar de kopie nieuwe perspectieven op de collectie te ontwikkelen en de bestaande waardering van het archief ter discussie te stellen.

Kopieerrevolutie

De kern van de Rijkscollectie voor Nederlandse Architectuur en Stedenbouw betreft de periode vanaf 1870, de jaren waarin zich door de toepassing van de fotografische reproductie een kopieerrevolutie voltrok in de bestaande ontwerppraktijk: blauwdrukken, diazoprints en Vandijkeprints zijn hiervan aansprekende voorbeelden. Met zelfklevende plastic folies sinds de jaren vijftig ‘plakten en wreven’ architecten hun ontwerpen en kopieerden en verspreiden deze via het lichtdrukprocedé.

Deze opkomst van het fotografische en instant reproductieproces luidde een geheel nieuw tijdperk in: de handvaardigheid die in de oudere reproductietechnieken nog centraal stond, maakte plaats voor een kopieerproces, dat niet alleen de artistieke hand van de ontwerper verving maar voor het eerst de mogelijkheid bood om architectonische ontwerpen zowel massaal als in dagelijks nieuwe vormen op de markt te brengen. En hoewel precieze aantallen ontbreken, is het niet onwaarschijnlijk dat de hoeveelheid reproducties in de collectie van Het Nieuwe Instituut de unieke (in de betekenis van eenmalig) en handgetekende ontwerpen overvleugelt, of op zijn minst in kwantitatief opzicht elkaars gelijken zijn.

Ontwerpcultuur

Vooralsnog er is zeer weinig onderzoek gedaan naar de wisselwerking tussen vormen van reproducties en de ontwerpcultuur waar zij deel van uit maken. In de bestaande literatuur wordt het fotografische kopieerproces in verband gebracht met de uitvinding van de fotografie, de mechanisering van de arbeid en de opkomst van massacommunicatie sinds de tweede helft van de negentiende eeuw. Maar dit zegt nog niets over de vraag waarom ontwerpers en architecten in het verleden het technische kopieerproces zo snel en enthousiast hebben omarmd en wat dit in cultureel opzicht heeft betekend.

Het onderzoek naar de ‘kopiecultuur’ in de archieven van Het Nieuwe Instituut poogt bij te dragen aan een andere waardering van de architectonische kopie in het archief. Traditioneel gezien zien we de kopie als een minderwaardige schim van het authentieke en eenmalige document (het origineel). Maar in hoeverre beperken we met dit standpunt onze blik op het veelzijdige karakter van een ontwerpcultuur? Het onderzoek naar de architectonische reproductie poogt de kopie op zijn eigen merites te benaderen en te onderzoeken en op deze manier tot een andere waardering te komen van de reproductie in de archieven van Het Nieuwe Instituut. Het onderzoek hoopt hiermee een bijdrage te leveren aan een nieuwe visie op het archief als cultureel erfgoed en wat deze betekenis in de toekomst kan zijn.

Onderzoek

Conservator Ellen Smit geeft een introductie op het onderzoek. In de loop van 2020 zullen meer avonden volgen waarin nieuwe inzichten en perspectieven op de kopie met u worden gedeeld.

Ellen Smit

Ellen Smit is architectuurhistoricus en conservator bij Het Nieuwe Instituut. Zij is een specialist op het gebied van architectuur en stedenbouw van de twintigste eeuw.